Pestprotocol
We zorgen voor een schoolklimaat waarin pesten als een serieus probleem gezien wordt.
Daarover praten we met alle kinderen en hun ouders. We gaan ervan uit dat zowel de pester als het gepeste kind een probleem hebben in het omgaan met andere kinderen.
Zij moeten allebei leren hoe het anders kan.
Als ouders of kinderen aangeven dat er sprake is van pesten, wordt er aandacht aan besteed.
Preventieve aanpak
Onze aanpak is in eerste instantie gericht op het voorkomen van pesten.
Elk schooljaar is er specifieke aandacht voor dit onderwerp op school.
Aan het begin van het schooljaar besteden wij in een anti-pestenweek aandacht aan dit ongewenste gedrag in alle groepen.
Ook aan de jaarlijkse dag van het pesten doen we mee.
In onze methode voor sociaal-emotionele vorming “Goed gedaan” komt het structureel aan de orde. Ook buiten deze specifieke momenten om is er altijd aandacht voor de manier waarop wij met elkaar omgaan. Het voorkomen van pesten speelt daarin een belangrijke rol.
Signaleren
De leerkrachten zijn getraind in het signaleren van pestgedrag. Er wordt schriftelijk verslag gedaan van pesten en gepest worden, kortom van pestsituaties.
Ook wordt aan elkaar doorgegeven als er sprake is van pesten in een groep, zodat collega’s die ook met de betreffende kinderen te maken hebben op de hoogte zijn en kunnen opletten. Bijvoorbeeld tijdens het buitenlopen of de gymlessen. Ook moet melding gemaakt worden aan de overblijf als dat van toepassing is.
Curatieve aanpak
Bij het signaleren van pestgedrag volgen er diverse acties.Elk signaal wordt door de teamleden serieus genomen en niet snel afgedaan als “het gaat wel weer over”.
- De leerkracht voert een gesprek met het gepeste kind. Doel is het probleem in kaart brengen te laten weten dat het kind er niet alleen voor staat.
- De leerkracht voert een gesprek met de pester(s), liefst eerst individueel, daarna wordt eventueel met de pesters samen afspraken gemaakt voor de toekomst.
- De leerkracht praat met de hele groep en wijst de groep op hun taak het pesten niet te tolereren. Het kan nuttig zijn de pester en de gepeste met elkaar te laten spreken. Je moet immers leren over je gevoelens te praten. Voor het gepeste kind kan de confrontatie wel moeilijk zijn. Het moet wel onder leiding en heel zorgvuldig gebeuren.
- Na een week wordt er een evaluatiemoment ingelast. Er wordt gevraagd hoe het nu gaat en of er verbetering is opgetreden aan de pester en aan de gepeste leerling.
- De ouders van de pester worden altijd tijdig op de hoogte gebracht.
- Uiteraard worden ook de ouders van het gepeste kind geïnformeerd.
Vervolgtraject
Als interventies in de groep niet het gewenste resultaat opleveren kan de intern begeleider en/of de directeur ingeschakeld worden.
De volgende hulpmiddelen staan nog ter beschikking:
--> probleemoplossend gesprek (oorzaak zoeken)
--> straffen
--> hulp van buitenaf zoeken, bijvoorbeeld de schoolmaatschappelijk werker inschakelen
--> schorsing/ verwijdering (altijd in overleg met het bestuur)
Pesten wordt op onze school dus niet getolereerd. Direct wordt er actie ondernomen door het team van de school. Ouders van pester(s) en gepeste(n) worden geïnformeerd.
We hebben 14 omgangsregels.
Omgangsregels
- We horen er allemaal bij
- We schelden elkaar niet uit
- We noemen elkaar bij de voornaam
- We gebruiken geen grove woorden en gebaren
- We lachen elkaar niet uit
- We luisteren naar elkaar
- We zitten niet zomaar aan de spullen van iemand anders
- We doen elkaar geen pijn
- We kiezen geen partij bij een ruzie
- We veroordelen niemand op zijn uiterlijk
- Ik praat er zelf over als ik gepest word
- We praten eerst zelf een ruzie uit, lukt dit niet dan gaan we naar de juf of meester en later vergeven en vergeten we
- We schenken geen aandacht aan iemand die pest, maar blijft het pesten doorgaan, dan vertellen we het aan de meester of juf
- Het is geen klikken als je aan juf of meester vertelt dat iemand anders of jijzelf gepest wordt
